1
Regelmatige en onregelmatige werkwoorden
(regular and irregular verbs)
Regelmatige werkwoorden:
De verleden tijd en het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden wordt gemaakt door ed
achter het hele werkwoord te zetten.
rain à rained
ask
à asked
-wanneer het werkwoord al op een e eindigt voeg je alleen een d- toe
hate à hated
decide à decided
-wanneer het werkwoord eindigt op een medeklinker + y à ied
cry à cried
(vergelijk play à played)
-de laatste medeklinker verdubbelt vaak wanneer het werkwoord uit 1 lettergreep bestaat en er
maar 1 klinker voor de laatste medeklinker staat
beg à begged
rob à robbed
stop
à stopped
vergelijk:
stop
à stopped
(1 lettergreep en 1 klinker voor de p)
stoop à stooped
(er staan 2 klinkers, dus geen dubbel p)
help à helped
(er staat een medeklinker voor de p, dus geen dubbel p)
De verleden tijd en het voltooid deelwoord van onregelmatige werkwoorden moet je uit je hoofd
leren.
Het 1
e
rijtje is altijd het hele werkwoord (de infinitief)
Het 2
e
rijtje is altijd de verleden tijd
Het 3
e
rijtje is altijd het voltooid deelwoord
go
- infinitief
went - verleden tijd
gone - voltooid deelwoord