7 Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd
(past perfect (v.v.t.))
Vorm:
had + voltooid deelwoord
regelmatige werkwoorden à werkwoord + ed
rain à rained
ask
à asked
-wanneer het werkwoord al op een e eindigt voeg je alleen een d- toe
hate à hated
decide à decided
-wanneer het werkwoord eindigt op een medeklinker + y à ied
cry à cried
(vergelijk: play
à played)
onregelmatige werkwoorden à 3e rijtje
go
- went - gone
see
- saw - seen
Let op!
In het nederlands wordt de v.v.t. gemaakt door:
had(den) + voltooid deelwoord
Hij had gezongen
He had sung
was / waren + voltooid deelwoord
Het vliegtuig was al geland toen ik aankwam
The plane had already landed when I arrived
Het engels kent dus alleen maar had + voltooid deelwoord.
Vragend en ontkennend maken
Staat er een hulpwerkwoord in de zin?
Vragend Ja: Haal het hulpwerkwoord naar voren
The train had arrived.
Had the train arrived?
Ontkennend
Ja: Zet not achter het hulpwerkwoord
The train had arrived.
The train hadnt arrived
Gebruik:
-Je gebruikt de Past Perfect wanneer een handeling voor een andere handeling in het verleden
plaatsvond. De handeling die dus het verst in het verleden plaatsvond staat in de Past Perfect. (Dit
wordt ook wel de Pre-Past genoemd). Woorden die veel voorkomen bij de Pre Past zijn: after / as
soon as / when.
He had played five songs when I came in.
-Bij een indirekte rede