MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

  Start Previous page
 26 of 60 
Next page End Contents 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
Susan isn’t ill. Nor is David.
Susan is niet ziek. David ook niet.
Let op! Wanneer je Neither of Nor gebruikt is de zin die erachter staat bevestigend. Er staat dus
geen not in.
Jill hasn’t got a dog. Neither has Ann.
Jill hasn’t got a dog. Nor has Ann.    
Wanneer So/Neither/Nor aan het begin van de zin staan dan komt altijd eerst het werkwoord en dan
pas het onderwerp. (De normale zinsvolgorde in het engels is precies andersom. Eerst het
onderwerp en dan het werkwoord).
Welk werkwoord gebruik je bij so, not either, neither, nor ?
Dat hangt af van het werkwoord in de zin waarop je reageert.
1
Herhaal am/is/are in de goede vorm in de tegenwoordige tijd
Danny is at home. 
So am I.
So is his mother.
So are his brothers.
Herhaal was/were in de goede vorm in de verleden tijd             
Danny was at home.
So was I.
So were his brothers.
2
Herhaal het hulpwerkwoord in de goede vorm
Dave has bought some flowers.                       So has Bill.
Dave hasn’t bought any flowers.
                      Neither have his parents.
He could help me.                                               So could I.
I must do my homework.                                   So must my sister.
He’ll buy a ticket for the concert.
                      So will Ron.
He won’t buy a ticket..                                         Neither will/shall we.
They can play football                                        So can my friends.
3
Wanneer je het werkwoord niet kan herhalen gebruik je je do/does in de goede vorm in de
tegenwoordige tijd
               
               
My friends hate school.
So do I.
So does my friend.
My friends don’t hate school.
Neither does my brother.
Neither do I.
Gebruik did in de verleden tijd
They worked hard.
So did I.
Previous page Next page











Engelse Grammatica

Terug naar Taalportaal - Engels

Woordenboeken (EN)

Algemeen Nederlands-Engels woordenboek Algemeen Engels-Nederlands woordenboek

Themawoordenboeken

Automatisering Nederlands-Engels Bouw en Constructie Nederlands-Engels Elektrotechniek Nederlands-Engels Economie en handel Nederlands-Engels Juridisch Nederlands-Engels Landbouw en Voedselverwerking Nederlands-Engels Management Nederlands-Engels Medisch Nederlands-Engels Meteorologie en Astronomie Nederlands-Engels Millieu en Chemie Nederlands-Engels Techniek en Industrie Nederlands-Engels Transport en Verkeer Nederlands-Engels
© Mijnwoordenboek 2008