Bij de laatste zin zou je volgens de regels have been made verwachten. De zin staat echter in de
verleden tijd (last year) en dan mag je nooit have, has, had + voltooid deelwoord gebruiken.
Worden
Makkelijk:
Je vertaalt het werkwoord worden met:
fall, grow, get, go, turn. Deze woorden gebruik je in vaste uitdrukkingen.
fall ill He fell ill= Hij werd ziek
fall in love She fell in love=
Zij werd verliefd
grow old(er) My grandmother grew old = Mijn oma werd oud
grow fat(ter)
He grew fat= Hij werd dik
grow thin(ner) He grew thinner= Hij werd dunner
get lateIts getting late
= Het wordt laat
get coldIts getting colder = Het wordt kouder
get darkIts getting dark = Het wordt donker
go madHe went mad = Hij werd gek
go crazyShe went crazy
= Zij werd gek
turn pale They went pale = Ze werden bleek
turn redShe went red = Ze werd rood
Ook become betekent worden (Ook het werkwoord be kan soms worden betekenen).
He wants to become a pilot
= Hij wil piloot worden
He wants to be a pilot = Hij wil piloot worden
Moeilijk:
Je vertaalt het werkwoord worden met am, is, are, was, were wanneer am, is, are, was, were
gevolgd wordt door een voltooid deelwoord. Je gebruikt am, is, are bij de tegenwoordige tijd en was,
were bij de verleden tijd. Dit zijn altijd zinnen die in de lijdende vorm staan
I am called at 7 every day = Ik wordt elke dag om 7 uur gebeld
She is called at 7 every day = Zij wordt elke dag om 7 uur gebeld
They are called at 7 every day = Zij worden elke dag om 7 uur gebeld
The house was built in 1998
= The house was built in 1998
The houses were built in 1998 = The houses were built in 1998